|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
Groene kikker (Complex)
|
 |
|
 |
| |
|
Groene kikkers (Rana esculenta synklepton) komen in heel Nederland voor. Het zijn echte waterkikkers die vrijwel het hele jaar in en rondom het water te vinden zijn. In plaats van 'de groene kikker' moeten we het eigenlijk hebben over 'het groene kikker complex'. Het groene kikker complex bestaat uit de twee soorten: meerkikker (grote groene kikker) en poelkikker (kleine groene kikker) die als ze paren hybriden kunnen vormen: de bastaardkikker (middelste groene kikker). In de natuur kunnen hybriden zich meestal niet voortplanten, zo zijn muildieren en muilezels (kruisingen van een paard en een ezel) bijvoorbeeld onvruchtbaar. Uniek is dat middelste groene kikkers dat wel kunnen. Ze bezitten twee sets chromosomen (één van de meerkikker en één van de poelkikker), waarvan ze er één gebruiken bij het paren. Als een bastaardkikker paart met een meerkikker zal hij zijn eigen set poelkikker chromosomen gebruiken, paart hij met een poelkikker dan gebruikt hij zijn set meerkikker chromosomen. Op deze manier komen er altijd nieuwe bastaardkikkers uit de voortplanting en houdt de 'hybride soort' zich zelf in stand.
Eind april - begin mei ontwaken de groene kikkers uit de winterslaap en trekken ze naar het voortplantingswater. De paartijd duurt tot eind juni - begin juli, met een piek tussen begin mei en half juni. Hierbij wordt vooral 's avonds gekwaakt, maar op warme zonnige dagen ook wel overdag. Overdag houdt de groene kikker zich voornamelijk op aan de rand van het water tussen de oeverplanten. Vanaf de eerste helft van mei kunnen de eiklompen worden aangetroffen, die vaak tussen planten liggen die wat verder van de kant af staan. Van half juni tot half augustus is het grootste aantal kikkervisjes te vinden.
Kenmerken van de groene kikker
- De ogen staan dicht bij elkaar en vrij hoog op de kop.
- De ruimte tussen de ogen is hooguit de helft van de breedte van het bovenste ooglid.
- Er is bijna altijd een groene rugstreep aanwezig.
Zie voor de kenmerken van de 3 soorten de beschrijvingen hieronder.
|
|

Download de Herkenningskaart groene kikkers
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
Poelkikker
|
 |
|
 |
| |
| De poelkikker (Rana lessonae) komt in Nederland vooral in het oosten en zuiden voor. De poelkikker wordt ook wel kleine groene kikker genoemd. Het is een zon- en warmteminnende soort die een voorkeur heeft voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone hiervan moet het liefst goed begroeid zijn en het water is vaak vrij omvangrijk of maakt deel uit van een groter complex van wateren. De Poelkikker is een kritische soort die houdt van voedselarm, schoon water. Hij heeft een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden, in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in uiterwaarden. De poelkikker overwinter meestal op het land en niet in het water.
Kenmerken van de poelkikker
- Lengte tot 8,5 cm.
- Metatarsusknobbel is groot en hoog. Dit is de uitstekende knobbel naast de kortste teen van de achtervoet.
- Symetrische (halve cirkel) metatarsusknobbel.
- Het mannetje heeft in de paringstijd witte of roze kwaakblazen.
- Het mannetje heeft in de paringstijd een gele kop.
- Achterpoten opvallend kort (het hielgewricht komt hooguit tot het oog).
|
 |
Uitgebreide informatie en verspreidingskaartje (RAVON website) |
 |
Meer foto's van poelkikkers (RAVON website) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
© PlumIT
Gebruiksovereenkomst
Privacybeleid
|